Royal Belgian Society

Borstreconstructie met lichaamseigen weefsel van de patiŽnte (flap)

De verschillende types:

TRAM-flap

Een TRAM-flap (transverse rectus abdominis myocutaneous) houdt in dat er weefsel gehecht aan de grote rechte buikspier getransfereerd wordt. Bij deze techniek worden buikspieren, -huid en -vet gebruikt om de borstvorm te reconstrueren. Aangezien lichaamseigen weefsel van de patiŽnte wordt aangewend, lijkt de gereconstrueerde borst erg natuurlijk. Bovendien krijgt de patiŽnte een plattere buik. Het litteken bevindt zich laag op de onderbuik en loopt van de ene crista iliaca (bovenste deel van het bekken) tot de andere.

Deze techniek kan gebruikt worden om ťťn of beide borsten te reconstrueren. Bij een vrouw die een eenzijdige reconstructie ondergaat, kan de TRAM-flap een betere symmetrie opleveren dan een implantaatreconstructie.

Verblijf in het ziekenhuis: vijf tot zeven dagen

Hersteltijd: verscheidene maanden

U komt in aanmerking voor dit type reconstructie indien:

  • u wenst dat lichaamseigen weefsel aangewend wordt voor de borstreconstructie
  • u geen implantaatreconstructie wenst of niet voor deze techniek in aanmerking komt
  • u voldoende onderbuikwandweefsel hebt om ťťn of twee borsten te reconstrueren
  • voorheen geen buikoperaties hebt ondergaan
  • vroeger een bestralingstherapie van de borstwand hebt ondergaan
  • een implantaatreconstructie mislukt is
  • een onmiddellijke reconstructie ondergaat op het ogenblik van een huidsparende borstamputatie
  • een laattijdige reconstructie ondergaat na een borstamputatie.

Vrije buikflap

Dankzij de vorderingen in de microchirurgie in de loop van het laatste decennium zijn diverse nieuwe technieken beschikbaar, waaronder de DIEP-flap (deep inferior epigastric perforator), de SIEA -flap (superficial inferior epigastric artery) en de vrije TRAM-flap.

Deze microchirurgische technieken laten toe om vrouwen een zeer natuurlijke borstreconstructie te geven door middel van buikweefsel. Omdat hierbij niet de eigenlijke buikspier Ė of slechts een zeer beperkt deel ervan Ė wordt gebruikt, treden er minder complicaties ter hoogte van de buikstreek op. De uiteindelijke keuze van de over te brengen flap is afhankelijk van de anatomie van de patiŽnte.

Deze procedures zijn echter van een langere duur en kunnen andere complicaties veroorzaken. Ze mogen alleen worden toegepast door plastisch chirurgen die regelmatig microchirurgie uitvoeren en dit in instellingen die ervaring hebben met het monitoren van deze flappen.

Verblijf in het ziekenhuis: vijf tot zeven dagen

Hersteltijd: ťťn tot drie maanden

Latissimus dorsi flap (brede rugspierflap)

De brede rugspier is de belangrijkste spier die de ribbenkast bekleedt. Deze flap wordt doorgaans met een weefselexpander (zie eerder) of een implantaat gecombineerd om de chirurgische mogelijkheden uit te breiden en een beter esthetisch resultaat te bekomen. Op het ogenblik van de borstreconstructie wordt de flap van de rug van de patiŽnte losgemaakt. Deze flap bestaat uit zacht weefsel dat een borstvorm met een natuurlijker uiterlijk kan opleveren dan met een implantaat alleen kan worden verkregen. Afhankelijk van de lichaamsbouw van de vrouw kan het litteken op de rug diagonaal of horizontaal zijn. Vaak kan het verborgen worden onder het bandje van een beha.

Verblijf in het ziekenhuis: drie tot zeven dagen

Hersteltijd: verscheidene weken

U komt in aanmerking voor dit type reconstructie indien u:

  • mager bent en uw borsten een klein volume hebben
  • overtollig rugweefsel hebt
  • vroeger bestraald werd en een implantaatreconstructie ondergaat
  • niet in aanmerking komt voor andere types van borstreconstructie met lichaamseigen weefsel
  • een gedeeltelijke borstreconstructie ondergaat om een onvolkomenheid na een tumorectomie te corrigeren
  • een dunne huid hebt die extra moet worden bedekt voor een implantaat
  • een natuurlijker uiterlijk van de gereconstrueerde borst wenst dan met een implantaat alleen kan worden verkregen.

Alternatieve flappen

Wanneer buikflappen niet aangewend kunnen worden bij gebrek aan weefsel of door vroegere buikoperaties zoals een abdominoplastie (hangbuikcorrectie), kan uit andere plaatsen van het lichaam ruim voldoende weefsel worden gehaald voor een borstreconstructie met eigen weefsel.

  • SGAP (superior gluteal artery perforator)- of bilflap

    De chirurg transplanteert het huid- en vetweefsel van de bil naar de borst. Deze techniek is identiek aan die van de DIEP-flap operatie (zie eerder).

    Het litteken loopt van ťťn zijde van de bil naar de andere, maar u kunt het met normaal ondergoed bedekken. Het is echter mogelijk dat de omtrek van de bil lichtjes verandert. Bovendien is het vetweefsel van de billen iets stugger dan dat van de buik, waardoor de gereconstrueerde borst mogelijk minder soepel aanvoelt en het voor de chirurg moeilijker kan zijn om een ideale borstvorm te reconstrueren. Daarom volgt meestal zes maanden na de eerste operatie nog een secundaire operatie om de vorm te corrigeren.

  • TMG (transverse myocutaneous gracilis)- of dijflap

    Bij deze operatie wordt huid- en vetweefsel van de binnenzijde van de dij getransplanteerd naar de borst. Een deel van de gracilisspier (een secundaire spier van de dij) wordt hierbij meegenomen in de flap, samen met diens bloedvaten om de spier te voeden.

    Het litteken bevindt zich aan de binnenkant van de dij en loopt van voor in de lies tot achteraan onder de bilplooi. Dit litteken kan met normaal ondergoed worden bedekt.